artistieke kern

Foto © Ronald Zijlstra 

David Westera (1996)

"De intrinsieke waanzin van het theater is wat mij betreft het uitgangspunt in al het werk van Antiklimax. Toneelspelen is per slot van rekening professioneel gek doen. Ik beschouw mezelf graag als een nar die met name zichzelf voor de gek wil houden. Ik voel me aangetrokken tot minimalisme en overdaad, tot onwaarschijnlijke schoonheid en irritante liedjes.


Een hoogtepunt waaraan ik dagelijks terugdenk was mijn rol als Marietjes Vader in Anticlimax (ja, haha) van Werner Schwab, geregisseerd door Koen. Die vader was voortdurend dronken. Ik zwalkte met een jeneverfles en een lelijk dikmaakpak over het toneel, kotste zuur, meurend mangosap over mijn medespelers heen en schreeuwde huilend tegen het publiek dingen over strontzeugen en rechtschapen rouw. Na de voorstelling kostte het me altijd moeite om dat personage van me af te schudden. Ik wilde die goorlap blijven, of hij mij. Dat zal vast en zeker iets over mij zeggen."

Foto © Ronald Zijlstra 

Koen van Seuren (1994)

"In rauwe, kale anti-esthetische ensceneringen voer ik het leven ten tonele zoals deze door god bedoeld is: een grote klucht. Humor, rauwheid, diepgang en oppervlakkigheid volgen elkaar in een duizelingwekkende snelheid op, om in ontelbare stukjes uit elkaar te vallen. In die scherven zoeken acteur en toeschouwer samen naar die eeuwige vraag: In welke stukken herkennen we delen van onszelf?


Ik word hoofdzakelijk geïnspireerd door repertoire van de westerse canon. Belangrijkste uitgangspunt is het fileren en filteren van de ideologie die achter het oorspronkelijke stuk verscholen ligt en te kijken hoeveel van deze ideeën nog terug te vinden zijn in de onze. Dit resulteert vaak in een wild gevecht tussen acteur en personage, tussen regisseur en repertoire. De flarden, de zweetdruppels, de uit elkaar getrokken volzinnen vormen vervolgens de voorstelling; theater dat in zijn eigen opheffing zichzelf opnieuw uitvindt."